Origineel

Jan van Scorel en Agatha

Het portret dat je hieronder ziet, beeldt Agatha van Schoonhoven uit.  Het dateert van 1529 en is geschilderd door een zekere Jan van Scorel.  Deze man combineerde het priesterambt en de titel van kanunnik in Utrecht met het kunstschilderen èn met een niet-platonische liefde voor Agatha.  Hij ging er mee door het leven en had bij haar vier zonen en twee dochters. Niets nieuws onder de zon dus.  Het schilderij hangt nu blijkbaar in Rome in een galerij.  Het ademt een mysterieus glimlachende schoonheid uit.  Het doet mij onwillekeurig denken aan de Mona Lisa.

De Nederlandse dichter Ingmar Heytze (°1970)  heeft hierbij een gedicht geschreven waarin hij de schilder, Jan van Scorel, aan het woord laat om zijn fascinatie door Agatha onder woorden te brengen.   En dan gebeurt er iets heel origineels: onder het hierna volgende gedicht volgt een brief die Hetyze (zogezegd) toegestuurd krijgt van de schilder, waarin de schilder zijn dankbare commentaar geeft bij het gedicht.  Rare manier van werken, maar wel erg origineel.  Het blijft me onduidelijk wie dan wel die brief geschreven heeft.  In alle geval: èn het gedicht, èn de fictieve brief helpen de bewonderaar om het schilderij te ‘zien’.

Ik vond dit alles op de website ‘poëzietafel’, die ik reeds langer regelmatig bezoek.  Ik moet hier niets aan toevoegen.  Alles spreekt voor zichzelf. 

Tot morgen

Frans


Agatha

Ik ben ergens halverwege als ik naar je kijk met deze ogen.
Mijn testament kan wachten, er is tijd – misschien

heb ik nog drieëndertig jaar, misschien te weinig dagen
om jouw beeltenis te maken.Het kan me niet veel schelen

zolang jij er bent, mijn leven lang, Agatha – met je naam
vol aah’s om te fluisteren in de nacht, met je handen

en je lippen en het eeuwige geheim van wat er in je omgaat
als je naar me kijkt en lacht terwijl ik laag op laag breng,

heen en weer been, zoekend naar je ware kleuren.
Met jou zal ik nooit ergens anders zijn dan halverwege,

in het midden van de wereld. Mijn werk is mijn wapen
tegen de tijd; mijn schild ben jij.  


Waarde stadsgenoot en kunstbroeder,

Wederom stuit ik op uw gedicht hetwelk ik reeds eerder heb mogen beluisteren en lezen ter ere van mijn overzichtsexpositie ‘Scorels Roem’ anno 2009 in het Centraal Museum in Utrecht. Hoewel u daar bij de opening aanwezig was en dit gedicht op uitstekende wijze hebt voorgedragen was het helaas niet mogelijk met u te spreken om u mede te delen hoe ontroerd en aangedaan ik was door uw gedicht.
Zoals u weet was Agatha mijn alles. Tot mijn grote droefenis mocht ik als kanunnik niet met haar in het huwelijk treden. Maar ik heb met haar geleefd als was zij mijn vrouw en haar ook altijd gezien als de enige, unieke vrouw in mijn leven. En zeg nu zelf als u haar portret ziet dan kunt u niet anders dan beamen dat deze vrouw iets heel bijzonders heeft. Ze wordt, terecht, wel de Mona-Lisa van het noorden genoemd. Het is moeilijk te beschrijven waarom zij voor mij de vrouw van mijn leven was. Daarom was ik zo aangenaam verrast door uw woorden in het gedicht. Vooral

zolang jij er bent, mijn leven lang, Agatha – met je naam
vol aah’s om te fluisteren in de nacht, met je handen

en je lippen en het eeuwige geheim van wat er in je omgaat
als je naar me kijkt en lacht

‘Het eeuwige geheim van wat er in je omgaat’, hoe treffend heeft u dit geformuleerd meneer Heytze. Deze vrouw, Agatha, is voor mij altijd een raadsel gebleven. Zij kon mij aankijken met een blik waar een peilloze diepte en wijsheid in zat, gemengd met mededogen en humor. Alsof zij mij doorzag en alles van mij wist, zelfs dat wat ikzelf nog niet wist of begreep.

U zegt in uw gedicht dat ik naar haar kijk ‘met deze ogen’. Ook dat raakte mij. Mijn ogen en handen zijn mijn instrumenten waarmee ik op doek mijn gedachten en gevoelens kan weergeven. Ik bezit niet de gave, zoals u, om deze in woorden om te zetten. Mijn ogen, deze ogen, zien haar zoals zij gezien moet worden en ik heb dat geprobeerd weer te geven in dit portret van haar. En dan schrijft u, als zijnde mij,

terwijl ik laag op laag breng,

heen en weer been, zoekend naar je ware kleuren.
Met jou zal ik nooit ergens anders zijn dan halverwege,

in het midden van de wereld. Mijn werk is mijn wapen
tegen de tijd; mijn schild ben jij.

Dit gedeelte ontroerde mij het meest. U verwoordt exact wat ik trachtte weer te geven in mijn schilderij. Mijn werk is begrepen! U voelde hoe moeilijk ik het vond om mijn geliefde te schilderen omdat ik haar ware aard, haar ware kleuren wilde laten zien, maar ook haar raadselachtigheid en haar schoonheid zowel innerlijk als uiterlijk. U zag dat zij mij ook liefheeft en eveneens wilde beschermen, wat ze ook deed. Zij was inderdaad mijn schild. Dankzij haar kon ik het leven aan. Ik besefte inderdaad dat ik haar met dit portret de eeuwigheid kon schenken, meer dan één leven kon geven. U verwoordt het zo treffend met de woorden ‘Mijn werk is mijn wapen tegen de tijd’. 

U weet dat ik naast schilder, ingenieur, musicus ook dichter was. Helaas heb ik mij in de dichtkunst niet zo goed kunnen bekwamen als u, maar ik weet wel hoe zwaar het kan zijn om de juiste woorden te vinden. Daarom moest ik u deze brief schrijven om mijn bewondering en woord van dank over te brengen.
Dankzij dit gedicht liet u mijn Agatha herleven en daarmee heeft u van mij een gelukkig mens gemaakt.

Met de meeste hoogachting

Jan van Scorel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *