Melancholie als ‘genre’ (Dowland)

Goede morgen.

Melancholie is voor nogal wat melomanen een blootliggende zenuw.  Je moet er maar even aan raken en hops, het spel zit op de wagen.  John Dowland, componist uit de 16e eeuw (1553-1626), was er specialist in.  Ik moest van het hierna volgende lied maar één zinnetje horen en ik was al verkocht.  Voor mij blijft het een raadsel hoe hij dat bewerkt.  Wie het weet, mag het mij komen uitleggen. 

Maar dat wil niet zeggen dat de componist dag in dag uit met zijn ziel onder de arm rondliep.  Die melancholische liedzang was in zijn tijd, zeker in Engeland, een populair genre dat goeddeels of misschien wel helemaal niets met de gemoedstoestand van de componist van doen had.  En misschien had het succes van deze stijl ook wel te maken met melancholiescheppende toestanden in het paleis of het kasteel.  Huwelijken die deel uitmaakten van een strategie van machtsuitbreiding, met daaromtrent veel frustraties, al dan niet ingevulde liefdes in het verborgene of niet, rondreizende minne-strelen die veel verborgen verlangens capteerden en/of zelf in hun adellijk publiek projecteerden …

Ziehier een prachtlied van John Dowland (vind ik toch).  Het is een afscheidslied, in de meest ruime betekenis van het woord.   Het wordt hier als een soort ‘mob’ (maar dan zonder publiek en niet in de drukte) uitgevoerd door een zangkwartet in een Schots stoomtreintje in de Highlands.    Heerlijk. 

Hier volgt de tekst en de vertaling:

Now, o now, I needs must part,
Parting though I absent mourn.
Absence can no joy impart:
Joy once fled cannot return.
While I live I needs must love,
Love lives not when Hope is gone.
Now at last Despair doth prove,
Love divided loveth none.
Sad despair doth drive me hence
This despair unkindness sends
If that parting be offence
It is she which then offends

Dear, when I am from thee gone,
Gone are all my joys at once.
I loved thee and thee alone,
In whose love I joyed once.
And although your sight I leave,
Sight wherein my joys do lie,
Till that death do sense bereave,
Never shall affection die.
Dear if I do not return
Love and I shall die together,
For my absence never mourn,
Whom you might have joyed ever.

Part we must, though now I die.
Die I do to part with you.
Him despair doth cause to lie,
Who both lived and died true

Nu, ja nu moet ik vertrekken
Maar vertrekkend zal ik, afwezig, rouwen
Afwezigheid kan geen vreugde brengen
Vervlogen vreugde keert niet terug

Zolang ik leef heb ik de liefde nodig,
Liefde leeft niet als de hoop vergaan is
Uiteindelijk bewijst wanhoop
Dat gescheiden liefde niemand liefheeft.

Treurige wanhoop drijft mij van hier
Deze wanhoop brengt onmin
Als dat vertrek een misdaad is
Dan is zij het die ze pleegt

Lief, wanneer ik van u gescheiden ben
Is al mijn vreugde ineens vergaan
Ik hield van u en u alleen
Wier liefde ik ooit heb genoten

En hoewel ik verdwijn uit uw aangezicht
Het gezicht waarin mijn vreugde ligt
Totdat de dood mij van mijn zinnen berooft
Zal de liefde nooit sterven

Treurige wanhoop drijft mij van hier
Deze wanhoop brengt onmin
Als dat vertrek een misdaad is
Dan is zij het die ze pleegt

Lief, wanneer ik niet terugkeer
Zullen liefde en ik samen sterven
Rouw nooit om mijn afwezigheid
Om wie jij ooit hebt gegeven

Wij moeten scheiden al sterf ik nu
Ik sterf om van jou te scheiden
Wanhoop doet hem liegen
Die zowel eerlijk leefde als stierf

Tot morgen. Frans

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *