Ophouden met sterven

Gedichten van Jan Geerts

Elk gedicht is een ophouden met sterven, zegt leraar en dichter Jan Geerts (°1972).  Gelukkig is er de dichter die zich verzet tegen verstarring en betekenisloosheid en die koppig blijft geloven in het steeds opnieuw geboren worden.  Ik veronderstel dat hij bedoelt: in het weer tot leven komen binnen de taal en tussen de beweeglijke woorden in.  Koppig delven naar betekenis, en wonder en verademing bovenspitten.  Maar als de dichters een bedreigde diersoort worden,  wordt de aarde zelf weer woest en leeg.  Net zoals toen God nog geen scheppend woord had gesproken op de eerste dag. 

Sommige van de gedichten van Jan Geerts vereisen dat je lang en geduldig sabbelt op de woorden om de smaak te proeven.   De twee gedichten die ik hier presenteer zijn meer toegankelijk.   Zij handelen allebei over de gigantisch dreigende vernietiging van de aarde, ons eigen huis.  Zelfvernietiging dus.  In het eerste gedicht laat de dichter de bomen hun beklag doen.  In het tweede gedicht schat de dichter in een brief aan de aarde haar geringe overlevingskansen.

Alles van aarde

Zie ons hier staan met onze zere lijven
die de jaren bedwingen. Hoe lang nog
moeten we bidden tot een god
van stikstof, zuur en rot?

De schade is opgemeten.
Onze schors schuurt en wringt
Er zit koorts in onze kruin, roest
in onze ringen. De seizoenen vallen

uit onze takken. Alles van aarde
is weerloos. We horen de zaag al zingen.
De toekomst is brand en een boom
slechts eenzaamheid.

Als iets onze adem moet benemen
laat het dan geen afscheid zijn
maar een hand op onze stam
of het gebaar dat een bos is.


Brief aan de aarde

aarde, zou het dan toch waar zijn
dat gij net als iedereen kapotgaat

dat uw eeuwigheid geen eeuwigheid
duurt, maar slechts zo houdbaar is

als water en vuur in de hand van een mens
uw schoonheid kan haar eigen naam

niet meer uitspreken, het blauw
van uw vloeibare blauw ziet bont en blauw

uw continenten zijn littekens en de mens
plekken waarvan gij nooit nog herstelt

wij dachten dat gij immuun waart
voor zonnebrand en onheilsprofeten

maar er zit geknars in uw draaien
ooit had elke maand haar eigen stem

nu stottert uw klimaat en komt gij
niet meer uit uw seizoenen

weerloos hebt gij u aan ons getoond
en wij hebben het niet begrepen

hoelang nog verdraagt gij de mens
hoelang nog torst gij zijn nietigheid

zijn lawaai, zijn bijziende blik
zijn uitstoot van alles wat lelijk is

gij hebt hem zo vaak hersteld
hem zo vaak opnieuw geboren

doen worden tot gij zelf
niet meer te herstellen waart

gij hebt hem uw eerste zomer gegeven
gij krijgt van hem uw laatste


Tot morgen
Frans

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *