Dichter in het museum

In een recente ‘consolatio’ kon je van Ingmar Heytze het gedicht ‘Agatha’ lezen bij het schilderij van kanunnik Jan van Sorel.  Blijkbaar is beeldende kunst ook bij andere dichters voorwerp van enige poëtische interesse. Misschien zijn de beste museumgidsen wel dichters.  Vandaag blijven we stilstaan bij Daan de Ligt en Rutger Kopland bij hun meditatie bij een kunstwerk. Boeiend, vind ik.

————————————————-

Daan de Ligt (1953-2016) werd, na de publicatie van een reeks gedichten over stadsgezichten in de Haag, op vraag van de Haagsche Courant stadsdichter   Hem werd gevraagd om nog 25 zulke gedichten te schrijven.  Het werden er 250.  Daarnaast waren ook de sport, de natuur, de vergankelijkheid voor hem geliefde thema’s van zijn dichtwerk.  Hij schreef vooral sonnetten.  Daan de Ligt overleed aan kanker.

Onmogelijke liefde

Je houdt me met een stille blik gevangen
en staart me met bevroren ogen aan.
Betoverd blijf ik voor je staan
en twijfel tussen schaamte en verlangen.

Het lijkt alsof je heimelijk om me lacht
plezier beleeft aan een hardvochtig spelen
een minnaar die je nooit zal mogen strelen
en die zo kansloos op een teken wacht.

Je schepper is een kunstenaar geweest.
Op zijn palet begon jouw eeuwig leven
zijn hand werd kalm bewogen door de Heer

als meester van z’n artistieke geest.
Hij heeft je zoveel schoonheid meegegeven
mijn teer beminde meisje van Vermeer.

Daan de Ligt,
stadsdichter van Den Haag.


Rutger Kopland is het pseudoniem voor Rutger van den Hoofdakker (1934-2012): arts, psychiater en dichter. Hij behoort tot het kringetje van heel grote Nederlandse dichters van de 20e eeuw. Hij heeft een zeer omvangrijk poëtisch oeuvre, en van zijn gedichten zijn er vele vertaald in niet minder dan 13 talen.
Hij kreeg voor zijn dichtwerk o.a. de prestigieuze P.C.Hooftprijs, en hem werden twee ere-doctoraten toegekend. In 2005 wees hij de koninklijke onderscheiding af.

Het gedicht hieronder mediteert bij de bekende “David” van Michelangelo. Het beeld is niet gemaakt. Het was er altijd al, verborgen in het marmer. Het is eeuwig: er is geen voor, geen nu, geen na. Enkel een statische, onbeweeglijke perfecte kopie van jeugd. Fascinerend.

David

Beelden werden niet gemaakt, ze moesten worden
bevrijd uit het marmer, alsof ze er al waren,
altijd al

(ergens, in één windstille juni, op een wit
onbewoond uitland in een blauw-groene zee)

en inderdaad, hij vond een prachtige steen
onder zijn huid een perfecte machine
van hersenen, spieren en hart

en niets van moeite, niets van een beweging
die er ooit was of nog zou, alleen
houding, onverschillige kracht

van milliarden kristallen, volmaakte
kopie van een jeugd.

Rutger Kopland: Geluk is gevaarlijk.

Tot morgen
Frans

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *