Ontroostbaar

Goede vrijdag.   Voor christenen een tijd van treuren. 

In het Oude Testament zijn ‘klaagliederen‘ te vinden, die tot voor kort verkeerdelijk toegeschreven werden aan de profeet Jeremia.  Ze zijn ontstaan na de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 586 voor Christus.  Van deze liederen vind je, toegepast op Jezus, fragmenten in het nachtelijke koorgebed (de ‘Metten’) van Goede Vrijdag in kloosters en abdijen.  Daarvan wil ik vandaag een fragment laten horen.  De muziek is van Tomas Luis de Victoria (1548-1611), Spaans componist en leerling van Palestrina.  Hij was verbonden aan het hof van Filips II, de opvolger van keizer Karel V. 

Het fragment uit deze klaagliederen heeft volgende tekst:

Caligaverunt oculi mei a fletu meo,
quia elongatus est a me, qui consolabatur me.
Videte omnes populi,
si est dolor similis sicut dolor meus.
O vos omnes transitis per viam,

attendite et videte.

In vertaling:
Mijn ogen zijn verblind door tranen,
want hij die mij troost is onvindbaar.
Ziet toe, alle gij volken,

of er verdriet bestaat zo groot als het mijne.
O gij allen die langs deze weg passeert
sta stil en zie toe.

Als ik deze muziek hoor met deze tekst ben ik in mijn verbeelding een van die toevallige voorbijgangers tot wie de ontroostbaar en onschuldig lijdende Jezus deze woorden richt.  En zij laten mij niet onberoerd.  Jezus dompelt zich helemaal onder in onze ‘condition humaine’ : vereenzaming, absolute verlatenheid, ook door zijn God op wie hij alles had gebouwd.  Onuitstaanbare pijnen.  Alles wat ontelbare onschuldige mensen kunnen lijden, wordt hier geleden.

Zoeken op Thomas - Thomas - Godsdienstonderwijs.be

Tot morgen

Frans

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *